Bijna 400 mensen protesteerden in Brussel tegen de aanval van de Verenigde Staten in Venezuela

5 jan 2026 | Ongecategoriseerd

Rate this post

Brussel protesteert tegen VS-operatie in Venezuela: een signaal over internationaal recht, macht en olie

Voor de Amerikaanse ambassade in Brussel kwamen begin januari honderden mensen samen om de Amerikaanse aanval op Venezuela en de ontvoering van president Nicolás Maduro aan te klagen. Achter die betoging schuilt een grotere vraag: wat gebeurt er met de internationale rechtsorde wanneer grootmachten ingrijpen zonder breed gedragen mandaat, en hoe positioneert Europa zich in een conflict waar ook energie en geopolitiek meespelen?

Wat er in Brussel gebeurde, en waarom dit protest meer is dan symboliek

Op zondag 4 januari 2026 verzamelden volgens waarnemingen ter plaatse meer dan 400 demonstranten voor de Amerikaanse ambassade in Brussel. De actie werd mee gedragen door organisaties zoals Intal Globalize Solidarity en Vrede vzw. Concreet richtte het protest zich op twee elementen: de Amerikaanse aanval op Venezuela van 3 januari en de ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro, die intussen in de Verenigde Staten is aangekomen en daar zijn proces afwacht.

In een Europese hoofdstad is zo’n mobilisatie niet alleen een moreel statement. Ze legt ook een spanningsveld bloot dat de komende weken politiek relevanter kan worden: hoe ver mag een bondgenoot gaan in het gebruik van geweld en dwangmiddelen, en hoeveel ruimte hebben Europese landen om zich daartegen te verzetten zonder de trans-Atlantische relatie te beschadigen?

De Brusselse betoging past bovendien in een bekend repertoire van solidariteitsacties rond Latijns-Amerika, maar krijgt een extra lading omdat het niet gaat om een klassieke sanctiepolitiek of diplomatieke escalatie. Het draait om een militaire operatie én om de fysieke overbrenging van een zittend staatshoofd naar de VS, wat meteen de discussie opent over soevereiniteit, precedenten en de grenzen van internationale handhaving.

De kern van het conflict: Maduro, de VS-beschuldiging en de vraag naar legitimiteit

De Amerikaanse president Donald Trump stelt dat Nicolás Maduro aan het hoofd staat van een belangrijk drugskartel in Venezuela. In die lezing is de operatie een vorm van harde ordehandhaving: gericht op drugsbestrijding en op “stabiliteit” in de regio, en tegelijk een poging om een autoritair regime uit te schakelen. Voorstanders van ingrijpen wijzen daarnaast op de autoritaire reputatie van Maduro’s bestuur en op het argument dat zijn verwijdering een opening kan creëren voor politieke vernieuwing.

Maar die rechtvaardiging botst frontaal met een andere interpretatie die ook in Brussel duidelijk te horen was. Critici stellen dat de drugsaanklacht wordt geïnstrumentaliseerd om geopolitieke en economische doelen te bereiken, met name meer invloed op een land met uitzonderlijk rijke olievoorraden. Venezuela beschikt over de grootste oliereserves ter wereld; dat gegeven voedt al jaren de verdenking dat energie een structurele factor blijft in de buitenlandse agenda van grootmachten.

Lire aussi :  De Zomerstart in Brussel: De Foire du Midi is Terug!

De discussie draait dus niet alleen om de vraag of Maduro al dan niet criminele verantwoordelijkheid draagt, maar ook om de vraag wie dat vaststelt en via welke procedure. En precies daar wringt het: een militaire aanval en de ontvoering van een staatshoofd zonder breed internationaal mandaat roept meteen vragen op over legaliteit. Zelfs wie Maduro’s beleid verwerpt, kan bedenkingen hebben bij de methode: de grens tussen gerechtelijke vervolging en regime change is in de praktijk dun, zeker wanneer het initiatief bij één staat ligt.

Internationaal recht onder druk: “wet van de jungle” versus ‘overgang’ onder Amerikaans toezicht

In Brussel verwoordde Ludo De Brabander van Vrede vzw de kernkritiek in scherpe termen: “De Amerikaanse invasie is niets anders dan een flagrante schending van het internationaal recht. Als een land een ander zonder reden kan aanvallen, dan geldt de wet van de jungle.” Die uitspraak raakt aan een fundamentele zorg: internationale regels bestaan bij gratie van wederkerigheid en handhaving. Wanneer het principe van soevereiniteit selectief wordt toegepast, verliezen kleinere staten hun belangrijkste bescherming.

De controverse wordt nog groter door de ontvoering van Maduro. Tegenstanders zien daarin een extra stap in de normalisering van unilaterale dwang, die ook buiten de Venezolaanse casus gevolgen kan hebben. Als het aanvaarde praktijk wordt om politieke leiders via militaire druk te “verplaatsen” naar een rechtbank van een andere staat, verandert dat de internationale spelregels ingrijpend.

Tegelijk is er het Amerikaanse narratief van een noodzakelijke “transitie”. Trump wordt geciteerd met de belofte: “We zullen Venezuela leiden totdat we een veilige, passende en verstandige overgang kunnen verzekeren.” In die formulering zit een paternalistische logica: de VS claimt tijdelijke regie om een politiek einddoel te bereiken. Maar precies dat botst met de internationale norm dat politieke orde in principe intern wordt beslist, tenzij er een breed gedragen multilateraal mandaat bestaat.

De essentie van het debat is dus niet zwart-wit “voor of tegen Maduro”, maar eerder: welk instrumentarium is legitiem, en wie controleert het gebruik daarvan? Als het antwoord “de sterkste” is, dan wordt het internationaal recht in de ogen van critici gereduceerd tot retoriek.

Europa’s “lauwe” reactie en de uitzonderingspositie van Spanje: een strategisch ongemak

Een tweede grote frustratie in Brussel ging over Europa. De Brabander noemde de Europese reactie “lauw” en “schandalig” omdat die volgens hem het internationaal recht opnieuw ondergraaft. In de beschikbare berichtgeving klinkt Europa vooral voorzichtig: oproepen tot terughoudendheid en tot respect voor het internationaal recht, zonder een frontale veroordeling of harde tegenmaatregelen. Dat lijkt diplomatiek, maar het maakt de kritiek begrijpelijk dat Europa zich neerlegt bij faits accomplis.

Lire aussi :  "We gaven te veel weg", "trots op onze tweede helft" en een onverbiddelijke VAR: Union moet de nederlaag tegen OM verteren

Opvallend is de verwijzing naar Spanje als enige Europese land dat “een zekere weerstand” zou bieden. Dat wijst op interne Europese verdeeldheid: niet elk land weegt geopolitieke stabiliteit, trans-Atlantische loyaliteit en juridische principes op dezelfde manier. In de praktijk kan die verdeeldheid leiden tot een EU-positie die vooral het midden zoekt: genoeg woorden om het normatieve kader te bevestigen, maar niet genoeg daadkracht om werkelijk te confronteren.

Voor België is dat meer dan een abstract debat. Als gastland van internationale instellingen en als bondgenoot binnen westerse veiligheidsstructuren staat het in een delicate positie. Enerzijds leeft de verwachting dat België het internationaal recht actief verdedigt; anderzijds blijft het afhankelijk van samenwerking met de VS op tal van dossiers. Juist daarom kan een protest voor een ambassade politiek resoneren: het maakt zichtbaar dat er in de publieke opinie druk bestaat om niet alleen “bezorgdheid” uit te spreken, maar ook grenzen te trekken.

Olie en grootmachtpolitiek: waarom Venezuela telkens opnieuw een geopolitiek kruispunt is

De demonstranten koppelden de Amerikaanse actie expliciet aan olie. Dat idee wordt versterkt door de bredere context: Venezuela’s enorme reserves maken het land structureel aantrekkelijk in tijden van energie-onzekerheid. Maar olie is zelden een exclusieve verklaring; ze werkt eerder als versneller van bestaande tegenstellingen. Concreet kan energiebelang samenvallen met strategische concurrentie, zeker wanneer de rivaliteit tussen de VS en China mee op de achtergrond speelt.

In de beschikbare contextinformatie wordt die rivaliteit expliciet genoemd: de operatie moet ook worden begrepen als onderdeel van een bredere strijd om invloed in Latijns-Amerika. Als dat klopt, dan gaat het conflict niet alleen over Caracas en Washington, maar ook over de vraag wie de spelregels schrijft in een regio die historisch al vaak het toneel was van inmenging. Vergelijkingen met eerdere Amerikaanse interventies in Latijns-Amerika duiken dan snel op, niet omdat de situaties identiek zijn, maar omdat het patroon—invloedssferen, politieke druk, en soms militaire actie—bekend is.

Daarbij komt nog het ideologische kader dat in het debat wordt aangehaald: een herleving van de Monroe-doctrine, door critici spottend als “Donroe-doctrine” bestempeld. De kern daarvan is de claim dat de VS een bijzondere rol en verantwoordelijkheid heeft in het westelijk halfrond. Maar in de 21e eeuw wordt zo’n doctrine voor veel waarnemers vooral gelezen als een legitimatie van unilateralisme, precies wat Europese activisten nu aanklagen.

Lire aussi :  Gastronomie in Brussel: lokale specialiteiten en culinaire ontdekkingen

Wat er nu op het spel staat: precedent, stabiliteit en de grenzen van ‘regime change’

Op korte termijn draait alles om twee trajecten: het juridische lot van Maduro in de Verenigde Staten, en de politieke machtsvraag in Venezuela na de Amerikaanse actie. Maar de inzet reikt verder. Tegenstanders vrezen precedentwerking: als een grootmacht een dergelijke operatie uitvoert zonder breed mandaat, waarom zouden andere staten dat niet kopiëren wanneer het hen uitkomt?

Daarnaast is er het risico op verdere destabilisering. Zelfs wie de operatie verdedigt als “stabiliserend”, kan niet ontkennen dat plots machtsvacuüm, interne verdeeldheid en internationale polarisatie een explosieve mix vormen. In het debat worden ook mogelijke humanitaire gevolgen genoemd, inclusief migratiestromen—een thema dat in Europa politiek snel gevoelig ligt. Op langere termijn kan een verergering van instabiliteit in Venezuela ook regionale veiligheid beïnvloeden, wat de druk op buurlanden verhoogt en internationale bemiddeling bemoeilijkt.

Voor Europa komt daar nog een identiteitsvraag bij: wil de EU vooral een pragmatische actor zijn die escalatie probeert te dempen, of een normatieve macht die consequent het internationaal recht verdedigt, ook wanneer dat botst met een bondgenoot? De demonstratie in Brussel maakt duidelijk dat een deel van de civiele samenleving het tweede verwacht. Maar zolang lidstaten verdeeld blijven, zal Europa waarschijnlijk balanceren tussen taal van principes en politiek van voorzichtigheid.

0 reacties

Articles Connexes