Uw woning renoveren in Wallonië en Brussel: welke premies en subsidies kunt u aanvragen?

25 feb 2026 | Ongecategoriseerd

Rate this post

Van renovatiepremies naar (bijna) alleen nog leningen: waarom Wallonië en Brussel van koers veranderen

De Belgische regio’s sturen hun renovatiebeleid bij: subsidies maken plaats voor goedkope of renteloze leningen. Dat klinkt technischer dan het is, want achter die verschuiving schuilt een fundamentele vraag: hoe versnel je de energierenovatie van woningen zonder de rekening vooral bij gezinnen te leggen die het nu al moeilijk hebben?

Wallonië houdt renovatiepremies nog open tot 30 september 2026, Brussel stopte zijn systeem al begin 2025. In beide gevallen is het doel hetzelfde—minder energieverslindende woningen—maar de weg ernaartoe legt nieuwe sociale en praktische spanningen bloot.

Een beleidsbreuk: subsidies verliezen terrein, krediet wint

Jarenlang waren premies het klassieke instrument om eigenaars richting isolatie, nieuwe ramen of een efficiënter verwarmingssysteem te duwen. Maar zowel in Wallonië als in Brussel is die logica aan het kantelen. De kern van de nieuwe aanpak is dat overheden renovaties niet langer vooral willen “terugbetalen” via subsidies, maar “voorfinancieren” via leningen met een lage rente of zelfs een nultarief.

Concreet betekent dit in Wallonië dat de bestaande renovatiepremies nog toegankelijk blijven tot en met 30 september 2026. Daarna wordt een renteloze of preferentiële lening de enige piste die overblijft. Brussel heeft die bocht al sneller genomen: het premiesysteem Rénolution is sinds 1 januari 2025 afgesloten voor nieuwe aanvragen. Voor dossiers die nog openstaan, trekt de Brusselse regering wel middelen uit om achterstallige betalingen af te handelen—maar zonder perspectief op nieuwe premies in 2025 of 2026.

De verschuiving is niet alleen budgettair gemotiveerd; ze is ook een reactie op de stroperigheid van oude systemen. In Wallonië wijzen energieadviseurs erop dat de administratieve behandeling achterloopt: dossiers die in april 2024 zijn ingediend, worden pas nu verwerkt. Dat voedt het argument dat premies wel populariteit creëren, maar niet noodzakelijk snelheid.

Waarom de druk zo hoog is: slechte energielabels en harde doelstellingen

De renovatiepolitiek staat niet op zichzelf. Ze is een antwoord op de staat van het gebouwenpark én op klimaatdoelstellingen. Op Europees niveau moeten de uitstoot van broeikasgassen omlaag, en woningen zijn daarin een cruciale factor. België vertrekt bovendien van een moeilijke basis: een groot deel van de woningen is oud en energie-inefficiënt.

Wallonië zet een langetermijndoel voorop: het gemiddelde energieprestatiecertificaat (PEB) moet richting label A tegen 2050. Vandaag zitten veel Waalse woningen eerder in de laagste categorieën F en G, wat duidt op hoog verbruik. Brussel hanteert een strakker tijdpad: volgens het Brusselse Air-Climat-Énergie-kader moet het gewest de “energieslurpers” (woningen boven 275 kWh/m²) tegen 2033 uitfaseren.

Lire aussi :  Kan Jérémy Taravel de definitieve T1 van RSC Anderlecht worden? "De sfeer in de groep is goed, hij geeft ons vertrouwen"

En praktijk toont hoe groot de opgave is: volgens Brusselse statistieken voldoet slechts 57% van de woningen aan het streefniveau (PEB E of beter), waardoor 43% van de Brusselse woningen vandaag als probleemcategorie wordt beschouwd. In die context wordt elk beleidsinstrument beoordeeld op één criterium: helpt het om sneller en op grotere schaal te renoveren?

Wallonië: de deadline van 2026 als race tegen de klok

De Waalse overgangsperiode lijkt op het eerste gezicht genereus: premies blijven nog tot eind september 2026 beschikbaar. Maar die datum werkt ook als een harde filter, omdat de premie pas kan worden aangevraagd wanneer de werken afgerond zijn en facturen kunnen worden voorgelegd. Wie wil profiteren, moet dus niet alleen beslissen, maar ook op tijd een aannemer vinden en het dossier rond krijgen.

Daar wringt het schoentje. Energieconsulent Jacques Fraipont (Guichet Énergie Namur) wijst op een zeer concrete bottleneck: de agenda’s van aannemers, zeker in sectoren zoals dakwerken, zitten overvol. Zelfs wie vandaag offertes aanvraagt, riskeert dat planning en uitvoering doorlopen tot voorbij de uiterste datum. Het gevolg is dat een beleidsdeadline de markt kan verhitten: meer vraag in korte tijd, met het risico op langere wachttijden en mogelijk hogere prijzen.

Daarbovenop is het Waalse systeem omkaderd door voorwaarden die bedoeld zijn om publieke middelen te richten, maar die ook de drempel verhogen. De woning moet in Wallonië liggen, ouder zijn dan 15 jaar en hoofdzakelijk residentieel gebruikt worden. Er is bovendien een inkomensgrens: boven 122.800 euro bruto per jaar komt een gezin niet in aanmerking. En verplicht is ook een audit door een erkend auditor, waarbij het advies luidt om niet met werken te starten vóór het plaatsbezoek en een ondertekend rapport. Op papier verhoogt dat de kwaliteit en samenhang van renovaties; in de praktijk vraagt het extra tijd, organisatie en budget.

Brussel: stopzetting van Rénolution, maar nog onduidelijkheid over het alternatief

In Brussel is de breuk scherper. Het premiesysteem Rénolution, dat sinds 2022 een breed palet aan premies omvatte, is sinds begin 2025 gesloten voor nieuwe aanvragen. De Brusselse regering wil wel een einde maken aan de “erfenis” van openstaande dossiers: er wordt 56 miljoen euro vrijgemaakt om uitstaande aanvragen te betalen, en het gaat om 2692 dossiers die in 2024 nog open waren.

Maar voor wie vandaag wil renoveren, is de boodschap anders: geen nieuwe premies in 2025 of 2026. De Brusselse lijn is dat energierenovatie voortaan primair via leningen aan 0% moet worden ondersteund. Alleen zijn de modaliteiten nog niet vastgelegd; er wordt gesproken over een mogelijk systeem dat pas later operationeel wordt. Dat creëert een tussenzone waarin de beleidsambitie groot is, maar de praktische toegang voor burgers onzeker.

Lire aussi :  Maximizing Your SEO Investment: The 6 Belgian Agencies Delivering Measurable ROI in 2025

Daarnaast bestaat er wel al een instrument dat in die richting wijst: Ecoreno, een lening via het Fonds du logement met een preferentiële rente van 2,5% tot 3,5% afhankelijk van het inkomen. Opvallend is dat dit niet alleen eigenaars, maar ook huurders kan helpen om energiewerken te financieren, zoals isolatie, ventilatie, zonnepanelen of een warmtepomp. Dat maakt het instrument breder dan klassieke eigenaarsgerichte premies, al blijft het een krediet dat moet worden terugbetaald.

De kern van het debat: efficiëntie versus rechtvaardigheid

De argumenten vóór de verschuiving naar leningen liggen relatief duidelijk op tafel. Een renteloze lening lijkt budgettair “duurzamer” dan een premie: de overheid moet minder rechtstreeks uitgeven, terwijl investeringen toch kunnen doorgaan. Bovendien kan een leenmodel, in theorie, sneller schakelen dan een subsidielogica met grote administratieve backlogs. Het beleid stuurt ook op verantwoordelijkheid: wie eigenaar is van een woning, financiert de waardevermeerdering mee, in plaats van dat de gemeenschap die volledig subsidieert.

Maar het sociale tegenargument is minstens even zwaar. Volgens Febelfin kan 21% van de huishoudens geen renovatiewerken starten omdat ze niet genoeg middelen hebben of omdat ze een lening niet kunnen dragen—zelfs niet als de rente laag of nul is. Dat cijfer legt een pijnpunt bloot: een systeem dat vooral op krediet steunt, kan net die groep buitensluiten die vaak in de slechtste woningen woont, met hoge energiefacturen en weinig buffer.

Daarmee verschuift de beleidsvraag van “welk instrument werkt” naar “voor wie werkt het”. Premies zijn niet perfect—ze komen vaak pas achteraf, met wachttijden—maar ze verlagen wel de eindkost. Leningen verlagen vooral de instapdrempel qua cash, maar niet noodzakelijk de draaglast op lange termijn. Zeker in een context van energiearmoede kan dat het verschil maken tussen renoveren of blijven vastzitten in een inefficiënte woning.

Op termijn staat ook een andere spanning centraal: de strijd tegen energieslurpers kan evolueren van stimulans naar verplichting. Als Brussel tegen 2033 echt komaf wil maken met de slechtste woningen, rijst de vraag hoe dat uitpakt op de huurmarkt. Zonder voldoende ondersteuningsmechanismen kan de druk om te renoveren immers leiden tot hogere huren of tot situaties waarin kwetsbare huurders het onderspit delven. De open vraag is dus niet alleen of de doelstelling haalbaar is, maar ook tegen welke maatschappelijke prijs.

Lire aussi :  Live – Boerenprotest: tractoren opnieuw in Brussel, lichte incidenten gemeld

Wat dit betekent voor de komende jaren: meer vraag, meer frictie, nood aan maatwerk

Het renovatiebeleid in België krijgt zo een dubbel karakter. Enerzijds is er de noodzaak om snel te schakelen richting betere energielabels, met meetbare doelstellingen en een groot aandeel woningen dat achterblijft. Anderzijds toont de praktijk—volle aannemersagenda’s, lange doorlooptijden, en een aanzienlijke groep gezinnen die niet kan lenen—dat een puur financieel-technische oplossing tekort kan schieten.

In Wallonië wordt 30 september 2026 daardoor meer dan een administratieve datum: het is een stressmoment voor eigenaars, aannemers en loketten. In Brussel wordt de uitdaging vooral de overgang: van een premiesysteem dat abrupt is stilgevallen naar een leenmodel dat nog niet volledig is uitgewerkt. In beide regio’s wordt de komende periode een test van bestuurlijke capaciteit: hoe eenvoudig zijn de procedures, hoe voorspelbaar zijn de termijnen, en hoe worden kwetsbare groepen meegenomen?

Als de politiek vooral inzet op leningen, zal ze tegelijk antwoorden moeten formuleren op de vraag wie niet kan lenen. Anders dreigt de energietransitie in woningen een tweesporenverhaal te worden: snelle renovatie voor wie kredietwaardig is, en stilstand voor wie dat niet is—precies in die woningen waar de nood het hoogst is.

0 reacties

Articles Connexes